Op deze zaterdag begin ik op het Heliconiaveld. Harold is er al. We kletsen zo een beetje over de gota van vandaag en we bekijken de omgeving waar we vandaag zullen vertoeven. In korte tijd breidt het groepje zich uit tot we met z`n zevenen zijn. Het zijn allemaal mannen. Ik merk dat ik dat prettig vind. En dat ik hoop dat het zo zal blijven. Een dag met mannen onder elkaar heeft een eigen energie. Zodra er een vrouw bij is, wordt het meteen anders. Het ligt voor de hand misschien, maar hoe het precies in elkaar zit heb ik eigenlijk niet onderzocht, merk ik op. Bij de thee hebben we het er even over. Iemand merkt op dat vrouwen veel meer praten. En dat vrouwen de neiging hebben om meer te benoemen wat er speelt. Mannen houden het liever rustig, ze willen geen ruzie en gezeik en vegen dan liever de dingen maar onder het tapijt. Kennelijk leeft er wel enige gedeelde frustratie bij dit groepje mannen als we het hebben over vrouwen, want regelmatig lachen we bij zoveel herkenning.

Uiteindelijk zijn we de hele dag met dit clubje mannen bezig. In de middag sluit nog een achtste mannelijke goti aan. Hij voegt zich het geheel in en de gota vordert op een bijzondere wijze.

Harold als projectleider heeft het overzicht en de andere mannen vinden telkens een taak die past in het geheel. Een infiltratiebak van behoorlijke afmeting wordt als een kadootje ingepakt met een soort doek. Vervolgens plaatsen we het in de gister gegraven kuil. Daarna ontstaat er een geconcentreerd heen en weer rijden van kruiwagens met aarde om de kuil te dichten. Niemand maalt er om dat het eigenlijk al tijd is om te lunchen. We gaan door tot de kuil dicht is.

Na de lunch kunnen we de laatste cirkel gaan plaatsen in het Heliconiaveld. Het krijgt een diameter van 4 meter. Een flinke cirkel dus. Eerst proberen we de opsluitbanden links, aan de rand van het veld. Mijn gevoel zegt meteen, nog vóór we het uitproberen, dat dat `m niet is. Het is een hevig gevoel. Ik móét Harold wel zeggen waar ik de cirkel zou plaatsen. Zonder hier even bij stil te staan zeg ik het `m ook. Harold gaat erin mee en wil ook wel eens zien hoe het eruit ziet als de cirkel op die plek komt. Frappant daarbij is dat het bij de 1e plek heel moeilijk is om de cirkel gelegd te krijgen en bij de 2e cirkel gaat het veel vlotter. Ik hoor Harold ergens zeggen dat dat hem ook opvalt en dit misschien een indicatie is om die plek te kiezen. Ik ben verheugd, want dit ís gewoon de goede plek!

We kunnen verder. Ik voel een haast in me opkomen. De middag is al flink gevorderd en het nodige moet nog gedaan worden om het af te krijgen vandaag. Het Gouden Atoom gaat in de cirkel komen en daarvoor moet nog een sokkel ingegraven worden en eromheen moet met opsluitbanden een pentagon worden gelegd. Ook moet alles nog met basaltsplit opgevuld worden. Als ik Harold vraag of we het gaan redden, zegt hij zonder aarzelen van wel.

Niet veel later blijkt zijn gelijk. Iedereen is in de weer met allerlei verschillende onderdelen die nodig zijn. Sommigen alleen, anderen in een tweetal of drietal. Nog ruim voor de schemer invalt, is het klaar. Het ziet er schitterend uit. Iedereen is op een bepaalde manier onder de indruk.

Het Gouden Atoom is weg uit dat donkere hoekje in vak 6 en staat nu vrij en vol in het licht naast Heliodoor. Ik weet niet wat het betekent. Maar het voelt fijn zo.