Ontstaan van de lilaca

 

Aan het einde van de jaren 70 van de twintigste eeuw komt onder andere in bedrijfstrainingen naar voren dat mensen heel moeilijk in verandering kunnen komen. Aangeleerde vaardigheden beklijven niet. Ook na jaren van herhaalde training blijken slechts enkelingen die gedisciplineerd te werk gaan, nieuw aangeleerde vaardigheden langere tijd te kunnen vasthouden. Daarna vervalt het gros van de mensen weer in de bekende, oude patronen.

 

Bij onderzoeken naar de oorzaken voor dit verschijnsel blijken deze in patronen in het menselijk lichaam te zijn vastgelegd. Het is dus een materiële kwestie. Er wordt na deze belangrijke ontdekking verder gezocht naar mogelijkheden om die patronen aan te passen.

 

Na jaren van zoeken wordt een kracht ontdekt die in staat is om de gewenste veranderingen in de materie aan te brengen. Dat is de evolutiekracht of het lila. Dat blijkt een energie te zijn die patronen in de materie – in elektronen, atomen en moleculen – in verandering kan brengen. En passant komt daarbij naar voren dat alles past in een evolutieproces dat al miljarden jaren gaande is.
Deze ontdekking is door Bernardino de Citta en Sunya de la Terra met de assistentie van een tiental andere wetenschappers verder uitgewerkt tot de wetenschap die lilaca wordt genoemd. Deze integrale wetenschap met zowel een rationele als spirituele grondslag bestudeert het lila, dat in alle materie aanwezig blijkt te zijn.