Het vuur is het centrale gegeven in deze lilaïsche studie, waarin dit principe vanuit drie verschillende gezichtspunten wordt behandeld. Eerst vanuit de blik van Heraclites, de Griekse filosoof die behoorde tot de School van Milete, vervolgens de visie van de Indiase Sri Aurobindo Ghose en daarnaast het zicht wat de lilaca op deze zaken heeft.
Heraclites zag overal het vuur in, voor hem was het vuur een eeuwig zijn en een eeuwig worden. Sri Aurobindo Ghose voegt daar zijn eigen zienswijze aan toe, namelijk die van een scheppend, creatief vuur dat in alles verborgen is.
De lilaca gaat uit van het grondprincipe, dat het vuur het creatief vermogen is, dat tezamen met de psyche een evolutie van het licht aan het bewerkstelligen is.
Het wordt tevens duidelijk, wat lilaïsch gezien de moeilijkheid is in de traditionele wetenschap en religie met zijn positivisme, pragmatisme en zijn kennisleer, namelijk dat alles beredeneerd moet kunnen worden met het mentaal, de denkende rede, terwijl steeds weer blijkt dat deze denkende rede niet de mogelijkheid heeft om de moderne problematiek op allerlei vlak, zowel sociaal als religieus als wetenschappelijk of psychologisch, op afdoende wijze ter hand te nemen.
Het denken zorgt dat vele dingen verborgen blijven achter de sluier van het verstand. De mogelijkheden om meer psychisch te gaan leven en zodoende het verstand te laten doen waar het voor is, worden hierbij aangekaart.