Back to Top
 
 
 

"Ik ben alles dat was, dat is

en dat zal zijn; niemand heeft

ooit mijn sluier gelicht."

 

Blog Archives

Stil, verstild, in rust en toch vol leven

Zojuist heb ik de gota van de wegen en paden gekregen van de magazijngoti. Ik hoopte er stiekem al op. Ik had namelijk helemaal geen zin om in te voegen in de grotere gota’s die nu bezig zijn: die in de Plantenkas en op de Clematislaan. Het is me niet helemaal duidelijk waarom niet. Dus enigszins ongerust meldde ik me bij de magazijngoti. Welke gota zou mij ten deel gaan vallen?

Overgave is belangrijk in de ontwikkeling. Ik kan van alles willen of helemaal nergens zin in hebben, uiteindelijk is het het lila die voor mij datgene laat gebeuren wat voor mij de beste mogelijkheden biedt om verder te komen in de ontwikkeling. Vandaag is dat dus kennelijk door te beginnen op de Populierenlaan, op het stuk tussen het Gouden Ei en de Sparrenlaan.

Lonie Oxendorfer is er al. Ik liep hier onlangs nog en toen zag ik dat er inderdaad onderhoud nodig was. Maar nu, in minder dan een week tijd, lijkt het wel een geheel overwoekerd pad! Wat is hier gebeurd zeg? De weersomstandigheden zijn kennelijk erg gunstig voor het onkruid. Lonie was al begonnen bij de ingang vanaf de Sparrenlaan. Ik besluit een eind verderop te gaan beginnen om dan richting Lonie te gaan werken.

Het is hier aangenaam. Ik ervaar wat rust en stilte. Lonie en ik spreken niet. We doen elk ons ding. Het is half bewolkt met een redelijke wind. De wolken drijven over waardoor ik soms in de zon en soms in de schaduw van de wolken het onkruid uit de grond trek.

Ik vraag de tutorsuprolo om m’n lichaam te gebruiken tijdens de gota. Want ik weet niet hoe het pad moet worden. Op welke breedte willen we uitkomen? Ga ik nog met een spade de kanten afsteken? Of hoeft dat misschien niet? Gaandeweg wijst de gota zichzelf. En op een gegeven moment is dit stuk klaar. Het ziet er weer goed begaanbaar uit en de breedte lijkt op de oorspronkelijke breedte.

We lopen dan samen verder, de bocht om richting het Gouden Ei. Hier is wat meer schaduw en dus minder onkruid. Toch is er her en der nog het nodige weg te halen. Lonie was eerder begonnen en besluit een andere gota te gaan doen. Ik schat de situatie in: het lijkt me een ideaal restant om af te maken voor het tijd is voor de lunch. Zonder Lonie ga ik verder met de gota.

Ik merk meteen hoe fijn ik het vind om hier alleen bezig te zijn. Niemand die me in de gaten houdt of die een opmerking kan maken over hoe ik het doe (te precies!). Niet dat Lonie dat zojuist wel deed. Nee, maar ik voel het wel altijd zo. Misschien krijg ik hier een antwoord op m’n vraag waarom ik niet wilde invoegen in de andere gota’s die nu gaande zijn, met al die andere goti’s?

Ondertussen pluk, trek en hark ik verder. Gebruikt de tutorsuprolo mijn lichaam? Ik weet het niet en richt me nog eens op hem: dit is mijn lichaam, werk er maar in. Als een mantra herhaal ik dit zinnetje in m’n hoofd terwijl ik me voorstel dat mijn lichaam open staat voor behandeling. Ik merk dat ik niet alle grasjes en sprietjes eruit trek. Maar meer zoals het uitkomt. Af en toe sta ik op om het geheel te bezien. Soms pak ik de bladhark om losse takjes en dennenappels weg te halen. Dan zie ik weer een vergeten plukje onkruid, dat – voor mij evident – er ook nog even uit moet. En zo beweeg ik me over de Populierenlaan.

Als ik bij het Gouden Ei ben, kijk ik even terug, naar het stuk dat al geschoond is. Wat ik zie, treft me. Een levend stilleven. Het is alsof de tijd er even niet is. Hoe het licht langs de boomtoppen omlaag valt, op het mos en het pad; waar ik ook kijk, het is zo mooi. Alles lijkt stil, verstild, in rust maar toch vol leven. Een zinderende stilte. Alles is hier mogelijk, alles lijkt hier in potentie aanwezig. Het pad dat ik net heb geschoond ziet er in dit hele geheel perfect uit. Hoe heb ik dit zo gekregen? Onmogelijk! Dit heb ik niet gedaan, zoveel weet ik zeker.

Dan word ik zelf even stil, als ik de mogelijkheid toelaat dat de tutorsuprolo misschien echt mijn lichaam heeft gebruikt waardoor ik dit nu kan meemaken.

Posted in Geen categorie| Tagged , |

Blad op de Magnolialaan

Geplaatst op   door

Met een bladhark wandel ik richting de Magnolialaan. Het is herfst en er is zoveel blad gevallen dat het pad nauwelijks meer begaanbaar is, zeker op een fiets niet. M’n gedachten gaan terug naar bijna vier jaar geleden, toen ik op de Pauwekroon m’n allereerste gota kwam doen. Die vond namelijk ook plaats op de Magnolialaan om het gevallen blad weg te harken.

Ik herinner me hoe ik toen met Marga Boosmans bezig was. We kletsten een hoop. Het was m’n eerste gota dus ik was razend benieuwd. Hoe zou het gaan? Wat zou ik merken? Ik had 1000 vragen. De gota is me sindsdien bijgebleven. Onder andere omdat ik zo genoot van het resultaat. Dat viel me echt op. Maar ook door het besef dat ik ineens had: volgend jaar moet dit weer gebeuren, en het jaar daarna weer, en daarna weer, enzovoort. Een paniekerig gevoel van weerstand tegen met herhaling samenhangende saaiheid kwam bij mij toen hevig omhoog. Marga vond dat weer heel grappig.

Altijd maar weer onderhoud doen aan de wegen en paden. Dezelfde wegen en paden. Seizoen na seizoen. Ik zag er toen enorm tegen op. Genieten van het resultaat is er dan toch niet meer bij? Dat heb je dan toch al zo vaak meegemaakt? Marga loopt hier al jaren rond, hoe krijgt ze het voor elkaar om hier, voor de zoveelste keer, de Magnolialaan van herfstblad te ontdoen? En opgewekt bovendien ook nog?

Terwijl ik hier zo aan terugdenk, merk ik dat ik me nu totaal niet zo voel als ik toen dacht dat ik me zou voelen. Er is eerder een soort kalmte. Ik heb zin om hier met de bladhark in de weer te gaan. En dat doe ik dan ook.

Het is stil op deze heldere herfstochtend. Rustig ontdoe ik het pad van het blad. Ik geniet weer van het resultaat als ik terugkijk naar waar ik ben geweest. Af en toe hou ik halt en kijk ik even rond. Het is hier ook zo mooi. Er komen wolkjes uit m’n mond en ik voel zweetdruppeltjes onder m’n muts.

Omdat ik volgens mij nog prima in de tijd zit, doe ik na de Magnolialaan ook nog even het Olifantenpad en de Heidelaan. Niets in mij dat me oproept om vooral te stoppen vanwege de saaiheid. Ik voel geen weerstand, ik doe het graag.

Wat een contrast met mijn ideeën over jaar in jaar uit onderhoud doen aan de wegen en paden. Ik dacht er de balen van te zullen krijgen, maar in plaats daarvan is er iets heel anders vandaag. En dat terwijl ik toch ook al bijna vier jaar dit onderhoud doe. Voor mij een bewijs dat mijn gedachten meestal niet veel met de realiteit van doen hebben. Het denken weet het duidelijk niet.

Het denken weet het niet. Het is een les die ik langzaam maar zeker begin te leren. Vandaag sta ik er opnieuw bij stil dankzij het gevallen blad op de Magnolialaan.

Posted in Geen categorie| Tagged , |

De ongrijpbare tel

Op de Pauwekroon gebeurt het regelmatig dat ik een heel kort moment, een tel, nee korter dan een tel, getroffen wordt door een beeld. Een paar voorbeelden:

  • Toen ik eens in de ochtend over de Dennenlaan fietste, langs de Tra, en enkele heel duidelijke, strakke zonnestralen door de bomen zag vallen.

  • Een andere keer, ook op de Tra, toen daar op de heide miljoenen dauwdruppeltjes fonkelden in de ochtendzon.

  • Een keer toen ik de computer in Dynamiek afsloot. Er verschijnt dan altijd zo’n mooie foto. Deze keer (en tot nu toe de enige keer) was de afbeelding van een flamingo, close up genomen.

  • Een keer bij het binnenwandelen op het rosarium en ik de bloemenpracht zag.

Het moment dat dat gebeurt, ik kan daar maar geen woorden voor vinden. Het lijkt juist eerder de afwezigheid van woorden die het best beschrijft wat er gebeurt. Het is ook superkort. Een ongrijpbare tel. Zodra ik het probeer te vangen, om het moment te rekken of zo, dan is het al weg. Het is hoe dan ook heel snel weg. En het komt niet meer terug.

Vandaag had ik het weer. Bij het uitslepen van takken richting de Platanenlaan zag ik op een boomstronk, even verderop in het mos, een werkelijk schitterende formatie van paddenstoelen. Het leek wel een kleine stad van kleine paddenstoelen, helemaal rondom een oude stronk. Ik zag het in een flits terwijl ik in beweging was met een flinke tak in de hand.

Het was dus weer zo’n moment als ik wel vaker heb hier. Ik dacht, laat ik er zo meteen eens naartoe lopen om te kijken of ik dat gevoel van die ongrijpbare tel nog eens kan voelen. Laat ik nog eens gaan kijken om te ontdekken wát me nu precies zo treft. Dus ik breng de tak naar de stapel en loop vervolgens naar de paddenstoelenformatie. Ik ben nieuwsgierig, heb heel veel zin om het eens van dichtbij te bekijken.

Als ik aankom bij de stronk, voel ik wel iets, maar het is slechts een verre afgeleide van wat ik voelde in die ongrijpbare tel van zo-even. Ik zie een stronk met rondom een zeer kundig geformeerde paddenstoelenfamilie. Het is een bijzonder gezicht, zeker niet alledaags, maar wat greep me nou zo in die ongrijpbare tel? Ik kijk en kijk. Maar hoe langer ik kijk, hoe meer ik gewoon zie wat ik zie: een stronk met paddenstoelen. Ik voel er niets bij.

Deze poging tot studie heeft een ontnuchterend effect. Als ik goed kijk, zie ik dat sommige van de paddenstoelen niet eens echt mooi zijn. Beetje viesbruin, of rottend zelfs misschien? En zo perfect zit de formatie nu ook weer niet in elkaar. Wat was het nou waarom ik net nog zo geraakt was, door ditzelfde beeld nota bene? Ik denk en denk maar ik kom er dus niet uit.

Het wordt me duidelijk dat ik het met mijn mentaal niet ga begrijpen. Het is niet te begrijpen, het is on(be)grijpbaar, niet te bevatten, niet te vatten. Toch in ieder geval voor mij niet.

Ik wil zo’n moment langer beleven maar dat gaat dus niet. In ieder geval niet als ik m’n mentaal erop los laat. De crux lijkt ‘m er zelfs in te zitten dat ik niet denk en niets verwacht. Want dán beleef ik juist het ongrijpbare van de ongrijpbare tel. Niet denken, niets verwachten. Loslaten, om het te grijpen…

Ik glimlach als dit tot me doordringt.

Posted in Geen categorie|