Back to Top
 
 
 

"Ik ben alles dat was, dat is

en dat zal zijn; niemand heeft

ooit mijn sluier gelicht."

 

Stil, verstild, in rust en toch vol leven

Zojuist heb ik de gota van de wegen en paden gekregen van de magazijngoti. Ik hoopte er stiekem al op. Ik had namelijk helemaal geen zin om in te voegen in de grotere gota’s die nu bezig zijn: die in de Plantenkas en op de Clematislaan. Het is me niet helemaal duidelijk waarom niet. Dus enigszins ongerust meldde ik me bij de magazijngoti. Welke gota zou mij ten deel gaan vallen?

Overgave is belangrijk in de ontwikkeling. Ik kan van alles willen of helemaal nergens zin in hebben, uiteindelijk is het het lila die voor mij datgene laat gebeuren wat voor mij de beste mogelijkheden biedt om verder te komen in de ontwikkeling. Vandaag is dat dus kennelijk door te beginnen op de Populierenlaan, op het stuk tussen het Gouden Ei en de Sparrenlaan.

Lonie Oxendorfer is er al. Ik liep hier onlangs nog en toen zag ik dat er inderdaad onderhoud nodig was. Maar nu, in minder dan een week tijd, lijkt het wel een geheel overwoekerd pad! Wat is hier gebeurd zeg? De weersomstandigheden zijn kennelijk erg gunstig voor het onkruid. Lonie was al begonnen bij de ingang vanaf de Sparrenlaan. Ik besluit een eind verderop te gaan beginnen om dan richting Lonie te gaan werken.

Het is hier aangenaam. Ik ervaar wat rust en stilte. Lonie en ik spreken niet. We doen elk ons ding. Het is half bewolkt met een redelijke wind. De wolken drijven over waardoor ik soms in de zon en soms in de schaduw van de wolken het onkruid uit de grond trek.

Ik vraag de tutorsuprolo om m’n lichaam te gebruiken tijdens de gota. Want ik weet niet hoe het pad moet worden. Op welke breedte willen we uitkomen? Ga ik nog met een spade de kanten afsteken? Of hoeft dat misschien niet? Gaandeweg wijst de gota zichzelf. En op een gegeven moment is dit stuk klaar. Het ziet er weer goed begaanbaar uit en de breedte lijkt op de oorspronkelijke breedte.

We lopen dan samen verder, de bocht om richting het Gouden Ei. Hier is wat meer schaduw en dus minder onkruid. Toch is er her en der nog het nodige weg te halen. Lonie was eerder begonnen en besluit een andere gota te gaan doen. Ik schat de situatie in: het lijkt me een ideaal restant om af te maken voor het tijd is voor de lunch. Zonder Lonie ga ik verder met de gota.

Ik merk meteen hoe fijn ik het vind om hier alleen bezig te zijn. Niemand die me in de gaten houdt of die een opmerking kan maken over hoe ik het doe (te precies!). Niet dat Lonie dat zojuist wel deed. Nee, maar ik voel het wel altijd zo. Misschien krijg ik hier een antwoord op m’n vraag waarom ik niet wilde invoegen in de andere gota’s die nu gaande zijn, met al die andere goti’s?

Ondertussen pluk, trek en hark ik verder. Gebruikt de tutorsuprolo mijn lichaam? Ik weet het niet en richt me nog eens op hem: dit is mijn lichaam, werk er maar in. Als een mantra herhaal ik dit zinnetje in m’n hoofd terwijl ik me voorstel dat mijn lichaam open staat voor behandeling. Ik merk dat ik niet alle grasjes en sprietjes eruit trek. Maar meer zoals het uitkomt. Af en toe sta ik op om het geheel te bezien. Soms pak ik de bladhark om losse takjes en dennenappels weg te halen. Dan zie ik weer een vergeten plukje onkruid, dat – voor mij evident – er ook nog even uit moet. En zo beweeg ik me over de Populierenlaan.

Als ik bij het Gouden Ei ben, kijk ik even terug, naar het stuk dat al geschoond is. Wat ik zie, treft me. Een levend stilleven. Het is alsof de tijd er even niet is. Hoe het licht langs de boomtoppen omlaag valt, op het mos en het pad; waar ik ook kijk, het is zo mooi. Alles lijkt stil, verstild, in rust maar toch vol leven. Een zinderende stilte. Alles is hier mogelijk, alles lijkt hier in potentie aanwezig. Het pad dat ik net heb geschoond ziet er in dit hele geheel perfect uit. Hoe heb ik dit zo gekregen? Onmogelijk! Dit heb ik niet gedaan, zoveel weet ik zeker.

Dan word ik zelf even stil, als ik de mogelijkheid toelaat dat de tutorsuprolo misschien echt mijn lichaam heeft gebruikt waardoor ik dit nu kan meemaken.

Posted in Geen categorie| Tagged , |

Blad op de Magnolialaan

Geplaatst op   door

Met een bladhark wandel ik richting de Magnolialaan. Het is herfst en er is zoveel blad gevallen dat het pad nauwelijks meer begaanbaar is, zeker op een fiets niet. M’n gedachten gaan terug naar bijna vier jaar geleden, toen ik op de Pauwekroon m’n allereerste gota kwam doen. Die vond namelijk ook plaats op de Magnolialaan om het gevallen blad weg te harken.

Ik herinner me hoe ik toen met Marga Boosmans bezig was. We kletsten een hoop. Het was m’n eerste gota dus ik was razend benieuwd. Hoe zou het gaan? Wat zou ik merken? Ik had 1000 vragen. De gota is me sindsdien bijgebleven. Onder andere omdat ik zo genoot van het resultaat. Dat viel me echt op. Maar ook door het besef dat ik ineens had: volgend jaar moet dit weer gebeuren, en het jaar daarna weer, en daarna weer, enzovoort. Een paniekerig gevoel van weerstand tegen met herhaling samenhangende saaiheid kwam bij mij toen hevig omhoog. Marga vond dat weer heel grappig.

Altijd maar weer onderhoud doen aan de wegen en paden. Dezelfde wegen en paden. Seizoen na seizoen. Ik zag er toen enorm tegen op. Genieten van het resultaat is er dan toch niet meer bij? Dat heb je dan toch al zo vaak meegemaakt? Marga loopt hier al jaren rond, hoe krijgt ze het voor elkaar om hier, voor de zoveelste keer, de Magnolialaan van herfstblad te ontdoen? En opgewekt bovendien ook nog?

Terwijl ik hier zo aan terugdenk, merk ik dat ik me nu totaal niet zo voel als ik toen dacht dat ik me zou voelen. Er is eerder een soort kalmte. Ik heb zin om hier met de bladhark in de weer te gaan. En dat doe ik dan ook.

Het is stil op deze heldere herfstochtend. Rustig ontdoe ik het pad van het blad. Ik geniet weer van het resultaat als ik terugkijk naar waar ik ben geweest. Af en toe hou ik halt en kijk ik even rond. Het is hier ook zo mooi. Er komen wolkjes uit m’n mond en ik voel zweetdruppeltjes onder m’n muts.

Omdat ik volgens mij nog prima in de tijd zit, doe ik na de Magnolialaan ook nog even het Olifantenpad en de Heidelaan. Niets in mij dat me oproept om vooral te stoppen vanwege de saaiheid. Ik voel geen weerstand, ik doe het graag.

Wat een contrast met mijn ideeën over jaar in jaar uit onderhoud doen aan de wegen en paden. Ik dacht er de balen van te zullen krijgen, maar in plaats daarvan is er iets heel anders vandaag. En dat terwijl ik toch ook al bijna vier jaar dit onderhoud doe. Voor mij een bewijs dat mijn gedachten meestal niet veel met de realiteit van doen hebben. Het denken weet het duidelijk niet.

Het denken weet het niet. Het is een les die ik langzaam maar zeker begin te leren. Vandaag sta ik er opnieuw bij stil dankzij het gevallen blad op de Magnolialaan.

Posted in Geen categorie| Tagged , |

De ongrijpbare tel

Op de Pauwekroon gebeurt het regelmatig dat ik een heel kort moment, een tel, nee korter dan een tel, getroffen wordt door een beeld. Een paar voorbeelden:

  • Toen ik eens in de ochtend over de Dennenlaan fietste, langs de Tra, en enkele heel duidelijke, strakke zonnestralen door de bomen zag vallen.

  • Een andere keer, ook op de Tra, toen daar op de heide miljoenen dauwdruppeltjes fonkelden in de ochtendzon.

  • Een keer toen ik de computer in Dynamiek afsloot. Er verschijnt dan altijd zo’n mooie foto. Deze keer (en tot nu toe de enige keer) was de afbeelding van een flamingo, close up genomen.

  • Een keer bij het binnenwandelen op het rosarium en ik de bloemenpracht zag.

Het moment dat dat gebeurt, ik kan daar maar geen woorden voor vinden. Het lijkt juist eerder de afwezigheid van woorden die het best beschrijft wat er gebeurt. Het is ook superkort. Een ongrijpbare tel. Zodra ik het probeer te vangen, om het moment te rekken of zo, dan is het al weg. Het is hoe dan ook heel snel weg. En het komt niet meer terug.

Vandaag had ik het weer. Bij het uitslepen van takken richting de Platanenlaan zag ik op een boomstronk, even verderop in het mos, een werkelijk schitterende formatie van paddenstoelen. Het leek wel een kleine stad van kleine paddenstoelen, helemaal rondom een oude stronk. Ik zag het in een flits terwijl ik in beweging was met een flinke tak in de hand.

Het was dus weer zo’n moment als ik wel vaker heb hier. Ik dacht, laat ik er zo meteen eens naartoe lopen om te kijken of ik dat gevoel van die ongrijpbare tel nog eens kan voelen. Laat ik nog eens gaan kijken om te ontdekken wát me nu precies zo treft. Dus ik breng de tak naar de stapel en loop vervolgens naar de paddenstoelenformatie. Ik ben nieuwsgierig, heb heel veel zin om het eens van dichtbij te bekijken.

Als ik aankom bij de stronk, voel ik wel iets, maar het is slechts een verre afgeleide van wat ik voelde in die ongrijpbare tel van zo-even. Ik zie een stronk met rondom een zeer kundig geformeerde paddenstoelenfamilie. Het is een bijzonder gezicht, zeker niet alledaags, maar wat greep me nou zo in die ongrijpbare tel? Ik kijk en kijk. Maar hoe langer ik kijk, hoe meer ik gewoon zie wat ik zie: een stronk met paddenstoelen. Ik voel er niets bij.

Deze poging tot studie heeft een ontnuchterend effect. Als ik goed kijk, zie ik dat sommige van de paddenstoelen niet eens echt mooi zijn. Beetje viesbruin, of rottend zelfs misschien? En zo perfect zit de formatie nu ook weer niet in elkaar. Wat was het nou waarom ik net nog zo geraakt was, door ditzelfde beeld nota bene? Ik denk en denk maar ik kom er dus niet uit.

Het wordt me duidelijk dat ik het met mijn mentaal niet ga begrijpen. Het is niet te begrijpen, het is on(be)grijpbaar, niet te bevatten, niet te vatten. Toch in ieder geval voor mij niet.

Ik wil zo’n moment langer beleven maar dat gaat dus niet. In ieder geval niet als ik m’n mentaal erop los laat. De crux lijkt ‘m er zelfs in te zitten dat ik niet denk en niets verwacht. Want dán beleef ik juist het ongrijpbare van de ongrijpbare tel. Niet denken, niets verwachten. Loslaten, om het te grijpen…

Ik glimlach als dit tot me doordringt.

Posted in Geen categorie|

Mag het ook losjes?

Een situatie op het werk met de oudercommissie zit me dwars. Ook vandaag, op zaterdag, voel ik het in m’n maag tijdens de gota. Ik kan maar aan weinig anders denken. Waarom kan ik niet ontspannen? Waarom ben ik er zo mee bezig en kan ik het niet loslaten? Misschien dat de gota vandaag me iets kan laten zien over wat er aan de hand is? Want in de gota blijkt er altijd iets over jezelf. Wie weet kan ik zo een antwoord vinden op m’n vragen.

De gota houdt in dat er een cirkel van opsluitbanden moet komen rondom de Prunus x yedoensis ‘Somei-Yoshino’ voor het Rozenhuis. De cirkel heeft straks een diameter van 4 meter maar bestaat nu nog uit 16 losse delen. Op het Heliconiaveld heb ik ook al eens zo’n cirkel gelegd en dat was toen een heel gedoe. Het lijkt makkelijk maar dat is het niet.

Ik doe deze gota vandaag niet alleen. Marga Boosmans is al begonnen met de voorbereidingen. Marga is veel bedrevener dan ik met opsluitbanden. Ook is ze dol op dit soort werk. Ze neemt dan ook meteen de regie in handen. Daarbij heeft ze duidelijk een plan, maar in haar aanpak mis ik evenwel een plan. Ze doet alsof ze goed weet hoe te handelen maar op mij komt het chaotisch en ondoordacht over. Dus stel ik regelmatig vragen omdat ik dan werkelijk niet begrijp of het wel zo handig is wat ze doet of wil doen.

Maar al snel merk ik dat ik Marga daarmee flink op de zenuwen werk. Ze wil door. Later zal ze ook nog zeggen: ‘ik haat het als het niet opschiet’. En ook: ‘dit is typisch van onze afdeling, overal problemen zien, altijd vertragen en moeilijk doen’. Ik voel me flink terechtgewezen. Mijn aanpak (van rustig kijken, het geheel bezien, overleggen) zou haar absoluut niet bevallen. En daar kom ik vandaag dan ook niet toe. Marga is de baas en ik volg haar.

Uiteindelijk, na een lange dag, is de cirkel gelegd. Maar het resultaat bevalt me helemaal niet. Zoals ik het zie, ligt de cirkel schots en scheef. En ook niet waterpas. Logisch ook, als je deze aanpak volgt… Als het aan mij lag, zou ik het opnieuw doen. Maar ik laat het verder rusten. Het is al laat en Marga is bovendien wél zichtbaar content met de cirkel. Morgen moeten andere goti’s er nog maar eens naar kijken.

Goed, hoe past dit alles in mijn vraag of de gota iets kan laten zien over waar ik zo mee zit richting de oudercommissie?

Ik heb wel een idee. Zoals Marga namelijk haar ideeën erdoor ramt, zo doe ik dat ook bij een van mijn kinderopvanglocaties op dit moment: ik heb een plan voor de veranderingen die nodig zijn en zo gaan we het doen. Het plan is misschien niet 100% doordacht maar je moet niet op elke slak zout gaan leggen. Je moet gewoon beginnen, dan kom je tenminste verder. Ik werk daarmee de oudercommissie flink op de zenuwen. Ze hebben er zorgen over en ze proberen mij tot de orde te roepen met kritische vragen.

Dat is toch ook wat! Want kritisch zijn, vragen stellen en tot de orde roepen, is precies wat ik vandaag doe richting Marga. Ik doe dus hetzelfde als de oudercommissie! Net als zij heb ik zorgen over het proces. Net als zij vertrouw ik het niet. En net als zij reageer ik met ‘moeilijk doen’. Dat is toch wel een hele ontdekking. Ik doe dus precies wat ik de oudercommissie verwijt te doen.

Maar er is nog iets interessants wat ik haal uit deze gota met Marga. Zo losjes, chaotisch en ondoordacht als zij vandaag namelijk bezig ging, zo doe ík dat in de ogen van de oudercommissie. Marga werkt mij met haar losse aanpak op de zenuwen zoals ik dat op mijn beurt doe richting de oudercommissie. Waar Marga vindt dat ik niet zo moeilijk moet doen, daar vind ik dat de oudercommissie niet zo moeilijk moet doen.

Wat een bijzondere gota is dit geworden. Wat een parallel met de ‘kwestie oudercommissie’ is er zichtbaar geworden. Niet alleen zie ik nu hoe ik doe waardoor ik de oudercommissie op m’n dak heb (namelijk net zo losjes als Marga), ook zie ik dat ik net zo doe als de oudercommissie naar mij (namelijk kritisch doen en tot de orde roepen).

Ik ga maandag toch met een heel andere kijk weer terug naar m’n werk. De hele kwestie is in totaal nieuw perspectief komen te staan. Waar ik vanochtend de oudercommissie bij wijze van spreken nog vervloekte, kan ik nu zelfs iets van compassie voelen voor ze.

Wat is het toch leuk om onderzoeker bij Elektoor te zijn!

Posted in Geen categorie|

Wat de lindestronk mij toonde

Bezig met de Lindestronk

Een tijd geleden is er een grote, zieke lindeboom geveld. Ik was er niet bij, helaas, want zo`n kolos had ik wel willen zien omvallen. Nu sta ik bij een enorme kuil. Ik zie de forse stronk van deze boom met een wirwar aan hele dikke wortels die diep de grond in gaan. De gota luidt: stronk eruit! Hij zit in de weg, hij duwt de klinkers al jaren naar boven en voordat we dit stuk gaan bestraten, is het zaak dat de stronk eruit gaat.

Ik heb wel eerder stronken gezien, maar nog nooit een van deze omvang. Om de een of andere reden is een gota als deze een kolfje naar mijn hand. Ik vind het heerlijk om ermee bezig te zijn. Het is graven: met spade, bats en soms een verplantschepje. Het is bijlen: met de grote, de middelgrote of de kleine bijl. Het is soms zagen en ondertussen kijken hoe het vordert en wat de volgende stap is. Zo kom je langzaam maar zeker verder. Ik stel me voor dat het met de evolutie van de mensheid ook zo is: langzaam maar zeker komen we er wel.

De kuil rondom de stronk is zo groot dat we er eerst met vier en later zelfs met vijf man in bezig kunnen. Toch is de kuil nog niet groot genoeg. Eigenlijk hebben we onvoldoende ruimte om de vertakkingen in het wortelstelsel te lijf te gaan. Het is soms een gehannes van jewelste om een wortel doormidden te krijgen. De wanden van de kuil zijn te dichtbij, waardoor het lastig is de gereedschappen te hanteren.

Voor de middagthee, zo rond half vier, hebben we de ene wortel na de andere al doormidden. We zijn ook al stukken dieper in de kuil aanbeland dan toen we begonnen. Als we kijken of de stronk al iets los zit, komen we bedrogen uit. Hij geeft werkelijk totaal geen krimp.

Wat me opvalt is dat ik me helemaal niet uit het veld geslagen voel. Het maakt me niet uit. We gaan straks na de thee gewoon verder. Al duurt het nog drie dagen. Ik heb zowaar geduld, wat is dat nou? Zo ken ik mezelf niet. Het valt me op hoe prettig het is om me niet opgejaagd te voelen.

Na de thee stuit ik dan op nóg een dikke vertakking die bijna verticaal de grond in gaat. Hij zal doormidden moeten, maar hoe? Ik kan er niet goed bij, dus eerst werk ik wat hinderende wortels weg. Nu moet het lukken met een zaag. We zitten al zo diep en de kuil is zo smal met overal doormidden gehakte wortels dat ik me in een bijna onmogelijke positie moet wringen om te kunnen zagen. Ik kom heel ver, maar door mijn ongemakkelijke pose krijg ik kramp in m`n achterbeen. Zo erg zelfs dat ik moet stoppen. Iemand anders neemt het over, maar omdat de tred uit het zagen is en het hele gewicht van de stronk erop drukt, zit de zaag binnen de kortste keren muur- en muurvast…

Normaal zou ik dit ervaren als een tegenvaller. Maar nu voel ik daar niets van. De volgende stap is nu die zaag los krijgen, dus dat is de volgende stap. Simpel. En we gaan ermee bezig. Na een poos heeft iemand het idee om met de kliklader eens aan de stronk te trekken. Misschien trekt hij de wortel waarin de zaag zit, iets open en kan de zaag er zo uit. We gaan het proberen. Grote kettingen gaan om de stronk en voorzichtig rijdt de kniklader vooruit. Wat zal er gebeuren?

Tot ieders verbazing gaat de hele stronk onder luid gekraak van knakkende wortels omhoog. Helemaal los! Waar het de bedoeling was om te kijken of we de zaag los konden krijgen, blijkt dat we nu de hele stronk los hebben! Ik ben de zaag dan eigenlijk al vergeten door deze verrassende wending, maar dan roept iemand dat de zaag daar zo voor het oprapen ligt.

Dit is toch wel erg grappig: de vastzittende zaag die de boel leek te vertragen, blijkt nu de boel juist in een versnelling te hebben gebracht.

Niets is wat het lijkt hier op de Pauwekroon. Het zijn mijn ideeën die alles fixeren. Wat iets werkelijk is, daar zijn mijn ogen nog blind voor. Maar in deze gota maak ik hier iets van mee en dat boeit me toch wel.

 

Posted in Geen categorie|

Gota met Reginald

Vandaag heb ik de hele dag met Reginald opgetrokken. Eerst bij Vitaliteit om daar samen de heggen te snoeien en in de middag bij het Heliconiaveld. Daar bestond de gota uit het neerleggen van stapelstenen om daarmee een leuke afscheiding te maken tussen het basaltsplit en het perk met planten ernaast.

Altijd als ik met Reginald een gota doe, speelt er een soort tweestrijd in me. Enerzijds vind ik het heerlijk dat er iemand in de buurt is die alles weet en kan waar het technische dingen betreft. Als je het even niet weet, weet Reginald het altijd wel. En hij kán het vervolgens ook nog. Met Reginald erbij komt alles goed. Ideaal. Aan de andere kant ben ik als de dood voor hem omdat hij mij zo minderwaardig zal vinden. Telkens als ik iets doe in een gota met Reginald voel ik zijn superioriteit. Alles wat ik doe, had beter, sneller, praktischer en slimmer gekund. Ik voel me eigenlijk continu plaatsvervangend opgelaten omdat hij met mij zit opgescheept. Je zal ook maar zoveel weten en kunnen en dan een gota moeten doen met iemand die zo weinig weet en kan… Wat moet hij nou met mij? Het liefst wil hij me weg hebben en daarom ben ik bang voor hem.

Vandaag gingen we dus samen snoeien. Om de beurt een stuk, dan is het prima een tijd vol te houden. Telkens als ik aan de beurt was om de elektrische heggenschaar te bedienen, voelde ik de spanning in m`n lichaam. Als ik het maar goed doe… Als ik het maar goed doe, dan wordt hij niet boos en mag ik blijven. Maar Reginald had eigenlijk geen aanmerkingen, hooguit hier en daar een tip, die nog van pas kwam ook.

Toch had ik de hele tijd het gevoel dat hij z`n tong eraf aan het bijten was. Ik ben ervan overtuigd dat hij het prutswerk vond wat ik deed. Het liefst zou hij het apparaat uit m`n handen hebben genomen om het nooit meer teruggeven. Eigenlijk kon hij het niet aanzien wat ik deed.

Dan zegt Reginald ineens opgewekt: het gaat duidelijk veel beter dan de vorige keer hè?

Wat? Eh, jeetje, die zag ik niet aankomen. We praatten er even over door. De vorige keer dat hij mij meemaakte met snoeien had hij gezien hoe ik hele inhammen in de haag snoeide. Maar nu kon ik duidelijk veel beter met het apparaat overweg.

Reginald zei dit ongeveer op de helft van de gota. Ook al ging het blijkbaar best oké, ik bleef me ongemakkelijk voelen. En `s middags bij het Heliconiaveld ook. Wat is dat toch? Wat vertelt deze gota mij? Wat ontdek ik hier over mezelf?

Ik ben als de dood voor Reginald. Hij is zo superieur, hij zal me kunnen vermorzelen. Maar als dit is wat me zo raakt, dan gaat het dus over mezelf. Ik ga me zo voelen. Daar dwingt Reginald me niet toe. Ik voel me zo omdat ik Reginald in mezelf herken… Dat houdt dus in dat ik zelf net zo verheven ben als ik Reginald ervaar. Mijn hemel, dat is niet mis… Ik hoop toch niet dat ik met mijn verhevenheid net zoveel spanning aanricht bij anderen. Maar ik vermoed dat dat hopen tegen beter weten in is…

Posted in Geen categorie|

Gouden Atoom en Helicioniaveld

Op deze zaterdag begin ik op het Heliconiaveld. Harold is er al. We kletsen zo een beetje over de gota van vandaag en we bekijken de omgeving waar we vandaag zullen vertoeven. In korte tijd breidt het groepje zich uit tot we met z`n zevenen zijn. Het zijn allemaal mannen. Ik merk dat ik dat prettig vind. En dat ik hoop dat het zo zal blijven. Een dag met mannen onder elkaar heeft een eigen energie. Zodra er een vrouw bij is, wordt het meteen anders. Het ligt voor de hand misschien, maar hoe het precies in elkaar zit heb ik eigenlijk niet onderzocht, merk ik op. Bij de thee hebben we het er even over. Iemand merkt op dat vrouwen veel meer praten. En dat vrouwen de neiging hebben om meer te benoemen wat er speelt. Mannen houden het liever rustig, ze willen geen ruzie en gezeik en vegen dan liever de dingen maar onder het tapijt. Kennelijk leeft er wel enige gedeelde frustratie bij dit groepje mannen als we het hebben over vrouwen, want regelmatig lachen we bij zoveel herkenning.

Uiteindelijk zijn we de hele dag met dit clubje mannen bezig. In de middag sluit nog een achtste mannelijke goti aan. Hij voegt zich het geheel in en de gota vordert op een bijzondere wijze.

Harold als projectleider heeft het overzicht en de andere mannen vinden telkens een taak die past in het geheel. Een infiltratiebak van behoorlijke afmeting wordt als een kadootje ingepakt met een soort doek. Vervolgens plaatsen we het in de gister gegraven kuil. Daarna ontstaat er een geconcentreerd heen en weer rijden van kruiwagens met aarde om de kuil te dichten. Niemand maalt er om dat het eigenlijk al tijd is om te lunchen. We gaan door tot de kuil dicht is.

Na de lunch kunnen we de laatste cirkel gaan plaatsen in het Heliconiaveld. Het krijgt een diameter van 4 meter. Een flinke cirkel dus. Eerst proberen we de opsluitbanden links, aan de rand van het veld. Mijn gevoel zegt meteen, nog vóór we het uitproberen, dat dat `m niet is. Het is een hevig gevoel. Ik móét Harold wel zeggen waar ik de cirkel zou plaatsen. Zonder hier even bij stil te staan zeg ik het `m ook. Harold gaat erin mee en wil ook wel eens zien hoe het eruit ziet als de cirkel op die plek komt. Frappant daarbij is dat het bij de 1e plek heel moeilijk is om de cirkel gelegd te krijgen en bij de 2e cirkel gaat het veel vlotter. Ik hoor Harold ergens zeggen dat dat hem ook opvalt en dit misschien een indicatie is om die plek te kiezen. Ik ben verheugd, want dit ís gewoon de goede plek!

We kunnen verder. Ik voel een haast in me opkomen. De middag is al flink gevorderd en het nodige moet nog gedaan worden om het af te krijgen vandaag. Het Gouden Atoom gaat in de cirkel komen en daarvoor moet nog een sokkel ingegraven worden en eromheen moet met opsluitbanden een pentagon worden gelegd. Ook moet alles nog met basaltsplit opgevuld worden. Als ik Harold vraag of we het gaan redden, zegt hij zonder aarzelen van wel.

Niet veel later blijkt zijn gelijk. Iedereen is in de weer met allerlei verschillende onderdelen die nodig zijn. Sommigen alleen, anderen in een tweetal of drietal. Nog ruim voor de schemer invalt, is het klaar. Het ziet er schitterend uit. Iedereen is op een bepaalde manier onder de indruk.

Het Gouden Atoom is weg uit dat donkere hoekje in vak 6 en staat nu vrij en vol in het licht naast Heliodoor. Ik weet niet wat het betekent. Maar het voelt fijn zo.

 
Posted in Geen categorie|

Strak regime op de Dennenlaan

Vandaag ben ik later dan gebruikelijk naar de Pauwekroon gekomen. De zon schijnt volop, het is een heerlijke nazomerdag. Ik ben al een hele poos snipverkouden en grieperig. Ik barst zogezegd niet bepaald van de energie. Aan de ene kant voel ik de behoefte om vandaag rustig aan te doen, aan de andere kant weet ik dat het de lila tutor is die het tempo voor mij zou kunnen bepalen. Maar wat is dat tempo eigenlijk? Ik besluit in ieder geval maar om me gewoon te gaan melden bij de magazijngoti in plaats van even rond te wandelen of te fietsen of ergens in het zonnetje te gaan zitten.

De magazijngoti laat weten dat ik kan beginnen met het onderhoud van de wegen en paden, bij de Dennenlaan. Daar is Andrea ook al bezig. De laatste keer dat ik onderhoud deed aan de Dennenlaan, maakte ik heel duidelijk mee dat ik pas blij ben als ik m`n eigen gang kan gaan. Ik word ronduit ongelukkig als anderen mij vertellen wat ik moet doen, zeker als ik er m`n eigen (en betere) ideeën over heb. Deze keer vertelt Andrea me dat het absoluut niet de bedoeling is om de hele breedte van het pad te schonen van onkruid. Een paadje vrij maken is voldoende. Ik wil dat eigenlijk niet. Ik wil wél de hele breedte schonen. Waarom ook zouden we dat niet doen? Zo`n lang stuk is het niet. Maar Andrea heeft het erover dat het zo is afgesproken en dat we het al bij heel veel paden zo aan het doen zijn omdat het anders niet meer te behapstukken is.

Ik laat nog even in het midden wat ik ga doen. Als Andrea zo een andere gota gaat doen kan ik alsnog m`n vrije gang gaan als ik dat wil. Ik kijk naar de Dennenlaan. Kan ik het misschien toch eens zijn met wat Andrea zegt in relatie tot het stuk dat voor me ligt? Hoe sterk móét van mij het hele pad schoon? Ik laat het zo allemaal passeren. Voor ik er erg in heb ben ik dan ineens met de schoffel bezig om de linkerkant van de Dennenlaan van onkruid te ontdoen. De rechterkant laat ik ongemoeid. Alleen de hoge pollen gras verwijder ik daar. Het valt me op dat ik me hierin vrij gemakkelijk kan vinden. Feitelijk doe ik wat Andrea me opdroeg en doe ik niet m`n eigen zin. En dat terwijl ze inmiddels niet meer hier is en een andere gota doet! Toch voelt het prima zo.

De zon zorgt voor een aangename temperatuur en een helder licht in het bos. Soms ga ik even zitten in de berm. M`n conditie is niet best en ik zweet meer dan normaal. Ik moet mezelf dwingen even te zitten, want andere krachten in mij eisen dat ik doorga. Ik merk die spanning wel op, helemaal als ik dan even zit. Ik voel heel sterk dat ik dit niet mag. Zou iemand me zien nu ik hier zit te ‘niksen’?

Even ontspannen, genieten van dit prachtig mooie bos en een concentratie oefening doen, het is gewoon uit den boze. Het is zo sterk dat ik inderdaad maar twee hele korte pauzes hou. Het is duidelijk dat ik leef onder een heel streng regime. Er is niemand in mijn buurt. Niemand dwingt me om door te werken. Dus het kan niet anders dan dat het mijn eigen regime is waaronder ik gebukt ga. Hier blijkt duidelijk: ik leef als mens nog niet vrij. Nee, ik ben een speelbal van allerlei werkingen van mijn lichaam die zo sterk zijn dat ik er ‘gewoon’ aan gehoorzaam.

Het is een ontnuchterende gewaarwording. Maar ik vind het toch leuk dat dit zo aan mij getoond wordt hier op de Dennenlaan.

Posted in Geen categorie|